Gerrit Achterberg
Link naar dit artikel Op zondag 15 oktober 2006 geschreven door Eric Erres
Toen ik Gerrit Achterberg uitkoos voor een werkmap over literatuur, kende ik hem waarschijnlijk niet.
Op het eerste oog moeten de gedichten makkelijk hebben geleken want ik ging natuurlijk voor de weg van de minste weerstand. Geen behoefte om de schrijfsels werkelijk tot mij te nemen. Een beetje verklaren, opschrijven en klaar. Werkmap inleveren, wij hadden geen mondeling literatuur examen maar waar was je beter mee uit?, en hopen dat de docent een beetje mild was. Naast twee dichters was de eis wat proza en twee essays. En dat zes keer in twee jaar. Daar werd je als Havo leerling niet blij van. Een jaar na mijn eindexamen, heb ik ze opgehaald. Dat deden niet veel anderen maar na deze inspanning, gunde ik het de school niet om ze weg te gooien. De docent overleed korte tijd later maar dat was nu ook weer niet nodig…
Het verhaal van Achterberg intrigeerde wel. Hospita doodschieten en daarna lands beste dichter worden. Dat vond ik natuurlijk niet want ik begreep niets van zijn werk. Ik probeerde de meest toegankelijke gedichten te vinden om toch maar aan de schoolopdracht te voldoen. Dat viel niet mee. Alleen “De Laatste Stad” vind ik nog steeds mooi en ken ik uit mijn hoofd, wonderlijk genoeg. Van een oom kreeg ik later de bundel “Achtergebleven Gedichten”. Het heeft niet geholpen: Poezie? Neen, dank u! Hoewel…
Toevallig Jan van Nijlen leren kennen en dat begreep ik wel. Sterker: dat voelde ik. Helaas was mijn middelbare schooltijd toen al lang voorbij.
Voor Joep.
19 reacties op “Gerrit Achterberg”
Laat een reactie achter
o is trouwens een...
Helaas. Eric, voor vrouwenmeppers en moordenaars heb ik geen tijd, dichters of niet.
Nog nooit van gehoord, en ik denk niet dat ik wat gemist heb, of ben ik nu een cultuurbarbaar?
Gerrit Achterberg heb ik uitentreure moeten aanhoren door mijn docent in 4 en 5 havo. De gedachte achter zijn gedichten was om zijn overleden lief weer tot leven te brengen. Uiteraard lukte dat niet.
Hij schijnt zelfs een eervolle prijs te hebben gewonnen voor zijn werk.
Tot op de dag van vandaag kan ik een van zijn gedichten nog steeds opnoemen:
Vervulling:
Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.
Al je gewone vragen vinden weer gehoor.
Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.
Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.
Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.
Alles wat antwoord is gaat van mij uit.
Je wordt vervuld van oneindigheid.
Des morgens kruipt een beest van vrees
door aderen en ingewanden
en maakt mij weder tot een ander,
dan die ik slapend ben geweest.
Nooit van gehoord, klinkt bij mij als Pietje Paaltjes ofzo………..
Wat een bizar verhaal! De naam Gerrit Achterberg zegt me wel iets, maar ik heb nooit wat van hem gelezen. Eerst je hospita vermoorden en dan doodleuk gedichten schrijven alsof er niets aan de hand is. Ik heb even gegoogled op Gerrit A. en las dat hij jarenlang TBSer was en dat hij ook vele jaren in een psychiatrische kliniek verbleef. Een omstreden figuur wiens verhaal me wel intrigeert.
Als boekverkoper kan ik zeggen dat dichtbundels niet de omzetmakers zijn
Zelf heb ik ook niet zo veel met van die zgn ‘literair-verantwoorde-gedichten’. Geef mij maar Annie M.G. Schmidt
Sentiment, ik geloof niet dat jíj hier de barbaar bent
Gerrit Achterberg, wel eens van gehoord, maar ken zijn werk niet.
Ooit in het eindexamenjaar overwogen om voor literatuur verzetspoëzie te kiezen, omdat ik destijds erg met WO2 bezig was en de vele gedichten uit die tijd me raakten.
Om de één of andere reden heb ik het toch niet gedaan.
Verder sluit ik me van harte bij de laatste zin van Aidan aan.
Al hou ik dan weer wel van Vasalis.
Wie?
Dat die Gerrit Achterberg toch wel belangrijk was voor de Nederlandse letterkunde bewijst het feit dat in mijn buurt; de schrijversbuurt, een straat naar hem vernoemd is; de Gerrit Achterberghove (niet hoeve!), Deze ligt gebroederlijk naast de Bomanshove, de Pierre Kemphove, de Marsmanhove, de Nesciohove en de Timmermanshove, daar woon ik zelf, (naar Felix Timmermans).
Nou hij heeft in ieder geval zijn eigen straat in de Almeerse Literatuurwijk(volgens Google). Dan kun je rustig stellen dat iemand op literairgebied iets voorsteld. Overigens is de man mij volledig onbekend.
Rick: Maria Vasalis (1909-1998)
“Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden
En niet het scheiden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn”
Ik was als puber diep onder de indruk van het werk van Achterberg. Ik vrees dat ik na mijn studententijd weinig meer van hem gelezen heb, behalve het gedicht “En Jezus schreef in ‘t zand” : heel mooi.
Overigens staat Achterberg nummer 92 in de top 100 van de collectie van Koninklijke Bibliotheek, da’s aardig hoog.
Zijn persoonlijk leven was aardig gecompliceerd, maar ik denk niet dat je het werk van een kunstenaar af kunt schrijven op basis daarvan. Anders konden Van Gogh (knettergek), Rembrandt (vrouwenversierder), Reve (sadist), Appel (egomaniak), Mulisch (idem) en Brood (beroepsjunk) óók op de vuilnisbelt, en dan beperk ik me nog tot een páár nederlandse kunstenaars…
@Pleiade; ik heb niks meer toe te voegen
Altijd een aversie tegen Achterberg gehad. Nare man, naar hoofd, moeilijke gedichten. Maar gisteren spookte er eentje door mijn hoofd:
Hermetisch huis.
Ik boor naar u door tegenstand
van tijd en tand
een buis
gebeurtenissen onder nul:
bevriezen van gevoel
tot taalkristal
−het oude doel −
maar nu gestold
in zoveel lied
dat het geen vleugelen bezit
de melodie
ligt opgerold.
Hier heb ik wat over lopen denken. Dat ging zo:
Dat ‘hermetisch huis’ uit de eerste regel is iets dat potdicht zit. Maar hij probeert er toch bij te komen door te boren. Daarbij wordt hij gehinderd, want het is lang geleden (‘tijd en tand’, lijkt op de ‘tand des tijds’). Hij boort een buis die gevuld is met ‘gebeurtenissen onder nul’. Oftewel: hij probeert er binnen te dringen door zijn gevoel om te zetten in taal. Hij maakt er een gedicht (lied) van. Maar daarmee ‘bevriest’ hij dat gevoel tegelijk ook. Het komt dus niet echt tot leven.
Die activiteit noemt hij ‘het oude doel’. Hij is daar dus kennelijk vaker mee bezig. (‘Het oude liedje’, zou je ook kunnen zeggen.) Het resultaat is ook niet om over naar huis te schrijven, want het minste wat je van een lied verwacht, is dat het zingt. Maar deze melodie ‘is opgerold’. Het lied stijgt ook niet op, want het heeft geen vleugels. Dus de buis waarmee hij het potdichte huis van het verleden wil openbreken, wordt een opgerolde reeks klanken, waar hij weinig aan heeft. Onmacht dus.
Zo heb ik gisteren doorgebracht met Achterberg. Geen prettige man, die toch wel wat te zeggen had. Hij was veel met het verleden bezig, en dat probeerde hij tot leven te wekken door erover te schrijven. Zoiets als wat wij hier met zijn allen doen dus. Alleen raadselachtiger. Maar daardoor ook wel spannend. Soms lukt het zijn puzzelstukjes wat beter op zijn plaats te krijgen. Mijn conclusie: Achterberg was een jeugdsentimentje.
@ Eric Erres: bedankt voor dit dagje Achterberg.
Graag gedaan Marise! Leuke reactie!
De gedichten die ik toen heb verwerkt waren, denk ik, Standbeeld en Hoonte. En één over de Diaspora.
Een andere bekende is over het stationnetje van Hulshorst.
Wat je ook altijd leest over het thema: Die dode geliefde is niet zijn hospita.
Leg dat maar ns uit
Om Joep weer tot leven te wekken is een ander verhaal: staat wrs vast met de trein bij Maarn
Van de week de autobiografie van Jan van Nijlen gekocht: Druilende Burgerij.
Wat een titel!
Lezen (en schrijven) is mooi.
In een huis in Den Bosch woonde een Achterberg-bewonderaar. Toen ik om hem te beledigen de dichter “Gerrit Achterwerk” noemde, eisde hij mijn excuses, tot ik deze gaf. Het was een hele flauwe opmerking van mij en echt menen deed ik het niet.
Ik heb nog nooit iets van Gerrit Achterberg gelezen, misschien een idee, want poëzie heeft wel mijn belangstelling.
Gedicht: Gekke Gerritje (voor Eric)
Niet elke dichter
is geestgestoord
en heeft zijn
minnares vermoord.
Er zitten ook
poëten bij,die
schrijven met
een schone lei.
Hoewel er is
toch altijd iets
dat aanspoort
tot talent.
Voor de één is
dat het doodsbesef,
voor de ander
sentiment.