De Telefooncel
Link naar dit artikel Op zaterdag 10 februari 2007 geschreven door Joke61
Niet vanzelfsprekend was het vroeger een telefoonaansluiting thuis te hebben. Dit was meer toebedeeld aan de welgestelde mensen en mensen die dit nodig hadden voor de uitoefening van hun beroep: bijvoorbeeld de huisarts, de kleine of grote zelfstandigen, notaris of burgermeester.
Wilde je bellen dan je deed dit tegen betaling van 10 of 25 cent bij de buren die wel een telefoonaansluiting hadden of in de telefooncel in het postkantoor of in één van de telefooncellen die verspreid in de stad of dorp stonden.
Tot halverwege de jaren zestig kwam je de grijze PTT telefooncellen met aan de bovenzijde rondom een blauwe rand met daarin het woord ‘Telefoon’ in het straatbeeld tegen, de opvolger van deze welbekende telefooncel was het PTT-groene model 1100 (zie bovenstaande afbeelding), in latere jaren veranderde de telefooncel nogmaals van model (1983: de driekante cel en 1995: de Telefoonzuil) . Vanaf de jaren zeventig namen steeds meer mensen de luxe van een aansluiting aan huis en verdwenen de telefooncellen steeds meer uit het straatbeeld.
Ik herinner me de ouderwetse grijze telefooncel en de geur die binnen hing nog goed.
Een geur die waarschijnlijk te wijten was aan het bakeliet van de telefoonhoorn, de smoezelige en verkreukte telefoonboeken en de gebruikers van de telefooncel!
Mijn ouders hadden pas rond 1974 een telefoonaansluiting, voor die tijd ging ik gewapend met één of meerdere kwartjes naar de dichtstbijzijnde telefooncel. Als je pech had moest je aansluiten bij de andere wachtenden voor de telefooncel.
Eenmaal aan de beurt pakte je de zware aan een metalen ‘koord’ bevestigde hoorn van de haak, gooide je aan de bovenzijde je kwartje(s) in de gleuf, in een doorzichtig venster kon je de nog niet gebruikte kwartjes zien, en kon je het nummer draaien van diegene die je wilde spreken.
Als je het laatste kwartje zag verdwijnen wist je dat je beltijd bijna voorbij was en moest je gehaast je laatste woorden en groet zeggen.
Toch had het bellen in een telefooncel wel wat, je stond toch heel privé en er was meestal niemand in je nabijheid die met je mee kon luisteren, wat je van een ‘vaste’ telefoon in de huiskamer of gang niet kon zeggen.
Na de ‘vaste’ telefoon hebben we gelukkig de beschikking gekregen over een handsfree huistelefoon en niet te vergeten, voor ons alweer zo gewoon, de mobiele telefoon.
De telefooncel was niet alleen een plek om te bellen maar ook een plek om met je vrienden en vriendinnen te spelen, dit vaak tot ergenis van de gebelde personen.
Ik ben benieuwd naar jullie verhalen!
60 reacties op “De Telefooncel”
Laat een reactie achter

o is trouwens een...
Eigenlijk ongelooflijk Joke dat we slechts tien jaar geleden nog zo sterk waren aangewezen op die telefooncel. Thuis had bijna iedereen al wel een vaste lijn, maar zodra je een paar meter van huis was kon je niemand meer bereiken tenzij er een telefooncel in de buurt was. De mobiele telefoon heeft zo’n sterke opmars gemaakt dat vandaag de dag bijna niemand nog gebruik maakt van die enkele telefooncellen die zijn overgebleven. Als je mij nu vraagt waar ik nog een telefooncel weet staan, moet ik je het antwoord schuldig blijven.
Door de rode cellen bij ons vind ik het ineens heel grappig een groene telefooncel te zien op het plaatje! Maar goed, kan me zelf niet echt een telefoon-vrij bestaan voorstellen. Mijn moeders ouders hadden er heel vroeg eentje i.v.m. hun kapperszaak. Ze woonden op Annerveenschekanaal in het noorden van Drenthe en toen ze als bijna de eerste in hun dorp telefoon kregen in de jaren ‘50 (bakeliet, natuurlijk, uitgevonden door een belgische ingenieur) werden ze prompt opgebeld om de duidelijkheid van de nieuwe lijn te testen. Oma moest enkele woorden nazeggen. Ik-ik; ben-ben; gek—en toen kreeg ze het in de gaten dat het een grap was.
Wij kregen zelf in de vroege jaren ‘60 telefoon, ik was iets van 2 en kan me de aankomst niet herinneren. Wel van de tv (eerste herinnering, was 2 1/2). Er was bij ons in het gehucht absoluut geen telefooncel, die waren in de steden. Ik weet zelfs nog ons allereerste telefoonnummer: 05987-4103. Staat in mijn brein gegrafeerd, grappig toch.
En aan alle andere ouders van tieners: zitten de telefoons ook aan jeugdige oren vastgesmeden bij jullie? Wij betalen iets meer voor de maandelijke “telefoondienst” maar alle gesprekken zijn gratis (tenzij je ver belt), anders verbelde mijn jongste wel een maandsalaris iedere keer!
Ik heb zelden van uit een telefooncel gebeld,de enkele keer dat ik daar als kind wel eens in kwam,was om te sjekke of er nog kwartjes in de return zaten.
Ergens in 1973 kregen we een zwarte wandtelefoon. Met, natuurlijk, een draaischijf.
Een nummer met veel achten en negens was leuk want dan moest je ver draaien. Als je haast had “duwde” je de schijf terug om het volgende nummer te draaien.
Leuk is dat je nog steeds zegt “ik draai een nummer” terwijl je drukknoppen hebt. Ik weet ons eerste nummer ook nog : 010-375775
Ik kan me de cellen ook nog herinneren. Met een rijtje telefoonboeken in ijzeren houders hingen ze ondersteboven en kon je ze omdraaien om een nummer te zoeken.
Weet ook nog de plekken waar ze waren : de “Van Noortwijckstraat” en de “Van Noortwijcksingel” in Overschie.
Leuk log ….
Ja, de groene telefooncel, tsjonge jonge, ik heb wat mensen zien dringen voor dat ding net zoals ze tegenwoordig voor de pinautomaat buiten staan, achterom kijken alsof je een overval gaat plegen
lange rijen ja en een keer had iemand door dat ik toen haast had en die ging expres nog een kwartje in dat ding gooien (misschien was het niet expres maar dat gevoel had ik altijd wel ja) tegenwoordig wel makkelijk ja met die mobieltjes, in de stad hoor je iedereen zelfs telefoneren en soms geef ik antwoord terug heel hard als ze overdreven zitten te bellen en ik loop erlangs
alleen moet je wel oppassen tegen wie je het hebt want voor je het weet heb je een mes in je lijf
Enneh: Bertus???? Geef gelijk je telefoonnummer van nu eventjes of lijkt dit nummer er helemaal niet meer op???? grapje hoor!
Losse herinneringen:
de camping rijtjes…
de deurdranger was een ijzerenketting die maakte dat je nooit makkelijk in en uit kon…
vandalisme na oud en nieuw…
op de stations opeens een ander merk cel op muntjes (pm 1990?)…
in sociaal mindere wijken weet ik nog cellen te staan…
altijd ff in de cellen kijken waardoor ik een hele stapel telefoonkaarten heb, waar ik niks mee doe…
mijn jongste die nog steeds niet een cel voorbij kan lopen zonder ff virtueel met oma te bellen…
Thuis hadden we zolang als ik me herinner (een bakelieten)telefoon, vanwege de winkel. Ik hoor en zie mijn vader of moeder nog de bestellingen opnemen, die later op de dag bezorgd werden door mijn vader op zijn transportfiets, door weer en wind…
Het gebeurde bij ons ook wel dat mensen vroegen of ze even gebruik mochten maken van de telefoon, toch wel onvrij voor hen en ons, stonden ze daar in onze huiskamer soms privézaken te bespreken.
De telefooncellen werden dus alleen bezocht als we onderweg waren, en dan nog alleen als het echt nodig was, je liet mensen gewoon in het ongewisse als je later kwam dan de bedoeling was, bijvoorbeeld door oponthoud.Ik kan me niet herinneren dat daar paniek over ontstond, het was gewoon niet anders.
Van de telefooncellen kan ik me nog herinneren dat het er ’s zomers bloedheet kon worden, liet je met je voet tegen de deur een kiertje open voor een beetje zuurstof
Intrigerend vond ik de gebruiksaanwijzing in de cel. In een paar talen, en in het Esperanto.
En de telefoonboeken, stond niet heel telefoonhoudend Nederland in die boeken?
@Bart66, ja, en soms zat er nog wat in ook! Had je een feestdag.
@Eric Erres
“in sociaal mindere wijken weet ik nog cellen te staan…”
Wat is het verband tussen die 2?
@René: wijken waar het niet vanzelfsprekend is, een mobiel te hebben of waar men vaak rood staat…
Grappig eigenlijk dat de telefooncel als JEUGDsentiment hier wordt beschreven, terwijl ze eigenlijk nog maar zo kort geleden nog volop overal stonden…Maar sentiment is het zeker, ook ik heb er veel geruik van gemaakt in het verleden. ( misschien een log over de prachtige telefoonkaarten waard? )Ging ik de hond uitlaten en meteen gebruik maken van die gelegenheid om mijn vriendje in alle rust te bellen
…
Telefooncellen, ligt dat nou aan mij of zijn ze echt uit het straatbeeld verdwenen? Vroeger wel af en toe gebruik van gemaakt en dan probeerde je met z’n tweetjes in die cel te kruipen wat haast onmogelijk was vanwege de krappe ruimte. Ik voelde me in zo’n cel altijd een beetje opgesloten en ik lijd niet eens aan claustrofobie. Vroeger, begin jaren ‘70 heb ik eens een grap uitgehaald; mijn vader had bij een bedrijf een nieuw tuinhek besteld en ik ging vanuit een in de buurt gelegen telefooncel naar huis bellen, mijn stem een beetje verdraaid en toen ik mijn vader aan de lijn kreeg deed ik mij voor als de leverancier van dat tuinhek en zei tegen vader dat de prijs van dat hek fors duurder uitviel dan was afgesproken. En mijn vader trapte er zo heerlijk in en meteen was zijn humeur bedorven die middag.
Een ander telefoongeintje, hoeft niet per se vanuit een cel; je bent met een groep vrienden bij elkaar en draait een willekeurig nummer en als je dan contact had informeerde je of er ene Karel thuis was. Vervolgens belden je vrienden stuk voor stuk hetzelfde nummer steeds met dezelfde vraag. De laatste op rij belde ook en die zei; “Hallo met Karel, is er nog voor me gebeld?”
Mijn oma, niet de Zweedse, woonde vroeger in een bejaardentehuis te Wassenaar en ik mocht daar als jongetje wel eens logeren. Omdat ze zelf geen telefoon had was er in de hal een soort telefooncel waarvan de wanden met leer bekleed waren. Als mijn oma dan ging bellen met mijn moeder mocht ik mee de cel in en wat was het benauwd in die cel, bijna verstikkend. Voor mijn gevoel had telefoneren toen iets plechtigs; alsof je naar de andere kant van de wereld belde. Maar het was gewoon van Wassenaar naar Den Haag.
Weet je wat pas irritant was? Als de gene die je wilde bellen eerst nog 10 min in gesprek was, elke keer weer dat hele nr met die schijf ronddraaien, en jij maar staan in die koude cel midden in de winter, maar ook dat had wel weer iets…
Daar zeg je wat Niels; die oude toestellen hadden natuurlijk geen herhalingstoets en de vijf toetsen bij in gesprek had ook niemand van gehoord. Wat dat betreft is er toch veel verbeterd.
Bij m’n ouders hadden we ook zo’n bakoliete telefoon.Ik heb ook wel eens in zo’n telefooncel gestaan, wel wat benauwd eigenlijk vooral in de zomer. Ik weet nog maar 3 driehoekige telefooncellen te staan.
Telefooncellen, inderdaad! Gaat weer een luikje open
Ik ken de grijze telfooncellen met blauwe rand nog, in iedere buurt stonden er wel een paar. In het openluchtmuseum van Arnhem staat er nog zo één.
En over dat mobiel bellen…ten tijde van de bakkelieten telefoons, zei mijn moeder eens toen ze had opgenomen en de beller zei; “Oh ben je thuis?” “Nee ik loop met mijn telefoon in de Spuistraat!”
Wie kon toen weten dat dat nu heel gewoon is!
Nou Frank Faber, dat grapje wat je met je vader uithaalde hoefde ik niet te proberen hoor, ik schiet dan altijd meteen in de lach!!!
Of is dat een dameseigenschap???
Ohja, enneh….in Egmond aan Zee waren de telefooncellen altijd gauw stuk, baldadigheid natuurlijk en dan was er wel eens mayonaise opgesmeerd of lippenstift, bah…..en de ruiten waren dus vaak stuk en ik hoorde ook nog dat ze snot(leuk onderwerp misschien?)op de handgreep van de hoorn hadden gesmeerd…
Jeetje zeg, en dan zat je aan de overkant op een terrasje en zat je er tegen aan te kijken…
Doet mij ineens denken aan die scene in Banana Split met Ralph Inbar(helaas overleden) met Soren Lerby, de ex-man van Willeke Alberti (haar derde dus)met die telefooncel die ze wel effies bij hem voor de deur moesten plaatsen….goh, wat was Soren kwaad zeg en tsja toen Ralph eraan kwam sloeg ie totaal om
Wij hadden redelijk laat pas telefoon, maar ook geen telefooncel in de buurt, bij noodgevallen gingen we naar een adres waar we konden bellen. Bij ‘telefooncel’ moet ik altijd denken aan mijn schoonouders. Ik kwam bij hen sinds 1977, naar mijn idee had toen iedereen een telefoon, maar zij niet! Er stond een cel voor hun huis en daar werd gebeld, maar ik kon dus zelf nooit naar mijn (toen nog) vriendje bellen, daar baalde ik echt van! Jaren later gingen zij ook op een telefoon over, maar als je hun rekeningen zag kreeg ik het idee dat ze ook toen nog steeds naar de cel liepen. Op oudejaarsavond was mijn schoonmoeder de hele avond druk met het bewaken van ‘haar’ cel, hoe bozer en bezitteriger zij deed, hoe leuker de jeugd het vond de ramen van de cel op te blazen ….. Ze zijn er trouwens nog steeds, die cellen, er staat er een hier vlakbij.
@Judith Willeke zat in het complot. Jaren later heeft Sören haar teruggepakt in Bananasplit. Ze moest toen op school komen omdat haar zoon met een apparaatje klokken vooruit zette enzo. Willeke heel verbaasd: “thuis is ie nooit bezig met techniek”
En dat je dan belde, geen contact kreeg, en dat klepje waardoor je je kwartje zou moeten terugkrijgen, verbogen was. Of dat de hoorn los lag. Ik kan me inderdaad nog de fooncellen-met-gidsen herinneren, later waren ze gidsloos omdat die toch te vaak gesloopt werden.
Bij stations hebben ze nog wel lang gestaan, misschien nog wel, ik zie ze niet maar dat kan een blinde vlek zijn, zoals ik pakweg modewinkels ook niet zie.
De thuistelefoon, dat was wat. Niet meer bij de buren bellen. En de allereerste keer dat ik de foon mocht opnemen staat me ook nog heel goed bij
‘Met een verkeersgewonde!’ Dus ik, kind, in paniek: oh jee, die was gewond en had zomaar een nummer gedraaid, nu moest ik zorgen voor een ambulance of zo! Helemaal in de stress. Ik bleef maar vragen aan die man waar hij dan was (waar ie natuurlijk niks van begreep), en de man bleef geduldig herhalen: verkeersgewonde! Tot ik hem na een tijdje goed verstond: verkeerd verbonden! Toen werd ik helemaal hysterisch: er was dus al hulp geweest bij dit arme slachtoffer, en die hadden ‘m verkEErd verbonden!!
De man heeft uiteindelijk maar opgehangen. Ik? Ik ben jaren doodsbang voor de telefoon geweest, tot ik bij wijze van shocktherapie op een callcenter ging werken
Gut ja, Aidan dat was ook zo, helemaal al vergeten….als we jou toch niet hadden he??
Zo lang ik me kan herinneren hadden wij telefoon thuis, eerst zo’n zwarte, en later een grijze met draaischijf.
Als we haar aan zagen komen zeiden we al, ojee ze komt vast tinnefoneren, en lagen dan dubbel van het lachen als kind zijnde, en mijn moeder maar roepen dat we op moesten houden.
De hele buurt kwam altijd bellen bij ons, net als tv kijken.
De buurvrouw kwam iedere dag vragen of ze even mocht tinnefoneren.
OOk wij keken of er nog muntjes inzaten en één vondst gaf genoeg energie om het nog lang vruchteloos te proberen.
wij rookten ook de eerste sigaretjes in een cel. Toch dat misplaatste gevoel van afgezonderd, ondanks al het glas en de megazichtbare plaats waar ie stond hahaha
Ook schiet mij nu die telefoonboeken te binnen, omdat die aan de rug vastzaten met een stalen klapmechanisme en daarmee naar beneden hingen, moest je ze voorlangs omhoog draaien. Ook zaten er alleen de boeken erin van de randgemeentes. De laatste cellen waren bij ons in Rotterdam driehoekig en nu staan ze nergens meer.
Deze log kan volgens mij ook niet zonder een ‘échte’ telefoniste voor nummerinfo i.p.v. een computer. Ik durfde nooit te bellen met mijn hart in mijn keel kloppend. Wat dat betreft: lang leve internet.
Oh ja
En deden jullie ook wel stiekem wel eens iemand bellen vanuit de cel en dan iets geks zeggen….?
Ik kom de driehoekige telefooncellen hier nog wel tegen, b.v. op het Amstelstation.
Wij hadden vanaf begin jaren ‘60 telefoon, was inderdaad vanwege onze winkel.
Stiekem iemand bellen deden we vroeger ook, soms vanuit een cel maar ook vaak als onze ouders niet thuis waren. Dan zochten we b.v. in het telefoonboek een familie Borst op, belden er naar toe en zeiden “dag meneer (of mevrouw) Borst, zullen we samen een behaatje kopen?” Of we belden een slagerswinkel en vroegen “heeft u ook varkenspootjes?” Dat werd steevast bevestigend beantwoord waarop wij terug zeiden “wat zult u dan moeilijk lopen!” Om vervolgens gierend van de lach snel op te hangen. Er was toen gelukkig nog geen nummermelding..
en tuurlijk werd je in de winter ziek en moest je je school bellen, de cellen stonden bij torenflats waar het altijd net iets harder waaide en als je geluk had, had je een allochtoon voor je die er guldens in bleef smijten en waarvan de cel later helemaal naar de knoflook rufte, nee, ik ben geen racist ofzo, maar in de wijk waar ik woonde (en nog woon) zijn gewoon veel allochtonen.
Later ben ik onder Najib amhali wel tot inkeer gekomen…..
haha, jaqueline, mijn vriendin werkte bij de poelier en mijn moeder belde of zij nog kipeppoten had en zei heel droog :nee, had dat geintje zo vaak bij de hakken gehad en dacht dat mijn moeder het ook grappig bedoelde.
Ria1968. Ja, kan me voorstellen dat op een gegeven moment niemand daar meer in trapte.
Over kippenpootjes gesproken, we hadden een klasgenootje wiens vader poelier was en die nam soms zo’n pootje mee naar school om ons meiden de stuipen mee op het lijf te jagen. Er zat aan het uiteinde nog een of andere pees waaraan ie dan trok en waardoor de klauw van het arme beestje nog bewoog. Brrrr!
Sorry beetje off topic, maar dat kippenpootje haalt bij mij een compleet verdrongen jeugdtrauma naar boven, hihi!
Wij hadden begin zestiger jaren thuis in Den Haag al telefoon, dus de telefooncel iets verderop werd door ons nooit gebruikt. Behalve die ene keer dan.
In die tijd speelde ik hockey bij de club van mijn school (VCLHC). Er waren perioden dat het twijfelachtig was of de wedstrijd ’s zondags doorging, want we speelden toen nog op echt gras en vooral wanneer het gevroren had, was dat erg gevaarlijk.
Gelukkig hadden we een actieve aanvoerder, die op zondagochtend afgelastingen aan de teamgenoten doorbelde.
Op zo’n twijfelzondag ging de telefoon en ja hoor, daar klonk het inmiddels bekende monotone stemgeluid van aanvoerder C.T. Maar met een afwijkende boodschap. Ik hoor het hem nog zeggen: “wegens het 10 jarig bestaan van SISEO [onze tegenstander die zondag] moeten alle spelers een bloem op hun shirt dragen”.
Wie vraag je in zo’n geval om raad? Je moeder natuurlijk. Maar die was (toevallig…) net even weg. Maar even later was ze er weer en kwam ze met een oplossing. Mevrouw R. had de dag tevoren bloemen weggedaan, zo wist ze, en een telefoontje bevestigde dat. Ik zie mezelf nog thuiskomen met een uit de vuilnisbak opgediepte tulp in een leeg custarddoosje.
Uiteindelijk liep het niet zo’n vaart met die bloem op het shirt. Maar als ik er aan terug denk, zoals nu, vraag ik me af in welk jaar dat geweest is. Moet eenvoudig te achterhalen zijn: eerste helft zestiger jaren, een zondag en de datum, die ik nog zo goed weet: 1 april.
Wij hadden begin zestiger jaren thuis in Den Haag al telefoon, dus de telefooncel iets verderop werd door ons nooit gebruikt. Behalve die ene keer dan.
In die tijd speelde ik hockey bij de club van mijn school (VCLHC). Er waren perioden dat het twijfelachtig was of de wedstrijd ’s zondags doorging, want we speelden toen nog op echt gras en vooral wanneer het gevroren had, was dat erg gevaarlijk.
Gelukkig hadden we een actieve aanvoerder, die op zondagochtend afgelastingen aan de teamgenoten doorbelde.
Op zo’n twijfelzondag ging de telefoon en ja hoor, daar klonk het inmiddels bekende monotone stemgeluid van aanvoerder C.T. Maar met een afwijkende boodschap. Ik hoor het hem nog zeggen: “wegens het 10 jarig bestaan van SISEO [onze tegenstander die zondag] moeten alle spelers een bloem op hun shirt dragen”.
Wie vraag je in zo’n geval om raad? Je moeder natuurlijk. Maar die was (toevallig…) net even weg. Maar even later was ze er weer en kwam ze met een oplossing. Mevrouw R. had de dag tevoren bloemen weggedaan, zo wist ze, en een telefoontje bevestigde dat. Ik zie mezelf nog thuiskomen met een uit de vuilnisbak opgediepte tulp in een leeg custarddoosje.
Uiteindelijk liep het niet zo’n vaart met die bloem op het shirt. Maar als ik er aan terug denk, zoals nu, vraag ik me af in welk jaar dat geweest is. Moet eenvoudig te achterhalen zijn: eerste helft zestiger jaren, een zondag en de datum, die ik nog zo goed weet: 1 april.
“in sociaal mindere wijken weet ik nog cellen te staan…”
GE*piep* Eric Erres,
juist in dat soort wijken hebben de mensen als eerste dat soort snufjes als een mobieltje….
Wat veel geld eigenlijk voor die tijd: een kwartje voor een kort telefoongesprekje! Moest je ook nog in zo’n stinkhokje voor staan!
Ik belde altijd stiekem mijn vriendje vanuit de telefooncel, want thuis kon dat natuurlijk niet. Ik weet nog wel een keer dat ik voor 1 kwartje 2 uur lang kon bellen (was vast iets fout met die telefooncel) en dat er net een speurtocht van een scouting ofzo bezig was die iets op moesten zoeken in het telefoonboek. De 1e heb ik laten zoeken en de volgende groepjes die daarna kwamen kon ik zo hetgene wat ze moesten weten vertellen.
Soms staan er nog telefooncellen bij het station en die zijn meestal van tele2, als je langer dan 1 uur belt wordt automatisch de verbinding verbroken.
Toen ik ooit een telefooncel betrad bij het station in Nijmegen, zag ik naast de telefoon een rijk gevulde portomonee liggen en de man in de verte verdwijnen die zojuist de cel verlaten had. Hij had de motoriek van een gehandicapte, alles schoot uit en zijn loop zwabberde. Ik ben hem met de poromonee maar achterna gelopen en heb hem die gegeven, waarna hij deze in een binnenzak van zijn jas stopte. Maar ik weet eigenlijk niet of die van hem was. Ik vermoed van wel.
@Eric: je krijgt er wel van langs hierboven met je opmerking over aanwezigheid van telefooncellen in sociaal mindere wijken. Ik denk ook dat daar de meeste mensen wel een mobieltje hebben.
En toch klopt het wel wat Eric zegt : de PTT ( KPN of TNT of TPG of C&A of weet ik veel hoe het allemaal nu heet ) heeft ze om die reden daar laten staan. Of de denkwijze van de PTT klopt is een tweede ……. ik denk van niet !
Het is volgens mij veel later geweest dan halverwege de jaren 70, dat de telefooncel uit het straatbeeld verdween. Nu vind je ze zelfs op het station nauwelijks meer terug. Ik heb er nooit veel in gebeld, wij hadden al zolang ik me kan herinneren een telefoon thuis.
bij mij op de hoek stond er drie jaar geleden nog nicky was elf en had ontdekt dat je gratis de politie kon bellen, dom van hem, ons wijkbureau staat 25 meter verder……
weet nog een keer dat ik aangereden werd 16 jaar en een snelle vespa in de bovenmodale wijk de bolhaar, er stonden gelijk drie artsen klaar die uit huis kwamen rennen, gelijk vragen of k mijn telefoonnummer nog wist en ja hoor 331864 kreunde ik met een sleutelbeen op oorhoogte, ja als je dan toch brokken maakt,kun je dat beter daar doen.(lol)
Oh ja nu we toch allerlei zij-onderwerpen aanslaan. Ik had als kind telefoonangst, durfde echt de telefoon niet op te nemen (is nu wel anders
). Als ik opnam wist ik nooit wie het was bij het doorgeven aan mijn ouders (werden ze gek van). Ook belde mijn vader wel eens op en zei dan: met mij, waarop ik vroeg: wie? Dit om even aan te duiden dat het bij ons in de 70’s allemaal nog enigzins nieuw was.
Een Nederlanse gewoonte is het opnemen van de telefoon met je naam. Ik vind dit een prima gewoonte, weet je tenminste of je het juiste nummer ingetoetst hebt.
Hoe is dit bij de Sentimentjes in het buitenland?
@Bertus: wahahaha! C&A, kostelijk, hoe verzin je het!
Eerst heette alles PTT; toen geloof ik KPN voor de telefoon en TPG voor de post, wat nu dus TNT heet. Ik begrijp dat je de kluts een beetje kwijtraakt door al die afkortingen.
Ik weet trouwens ook niet waar al die afkortingen voor staan, maar Wim Kan dacht dat PTT stond voor: “Putje graven, tentje opzetten, tukje doen!”
Deze telefooncel ziet er supervertrouwd uit.
Ik ben opgegroeid op een pleintje, en schuin aan de overkant stond precies z’on zelfde telefooncel als op de foto. Niet pal voor de deur gelukkig, maar wel handig dichtbij voor als je dan toch eens moest bellen (en je wilde eens niet bij de buren vragen)
Wij hadden het geluk dat we alles dichtbij huis hadden, een telefooncel, een brievenbus, een bushalte..allemaal bij elkaar op een steenworp afstand van ons huis. En omdat er een groot grasveld tussen lag hadden we er helemaal geen overlast van, eigenlijk.
Omdat die telefooncel naast het speelveldje stond werd er eigenlijk wel wekelijks door iemand stiekem een alarmnummer gebeld. Dat was immers gratis. En dan snel met zijn allen in de struiken gaan zitten, bang dat de politie zou komen
Rian, dit is nu al de derde of vierde keer dat Tijdelijke op de man speelt! En weer niet terecht, zoals je uit de reactie van Bertus merkt.
(En dan hebben we het nog geen eens over de Belhuizen).
Pieps, waar gaat het over? Jullie hebben beide gelijk. In deze wijken hebben veel mensen als eerste de nieuwste gadgets maar is er ook nog veel behoefte aan telefooncellen of beter nog belhuizen. Believe me, ik werk veel met bewoners uit mindere wijken. Ik dacht dat ik off topic was….
Samen met een Amerikaanse vriend fotografeer ik al een paar jaar telefooncellen. Ik denk dat we inderdaad een beetje bang waren dat ze er straks niet meer zouden zijn
Op de binnenplaats van het Boijmans museum in Rotterdam heb ik de originele grijze telefooncel gevonden. Snel een paar foto’s van gemaakt. Let trouwens ook op de prachtige enkel op kwartjes werkende kwartjes-telefoon zelf (ha! oud-Hollandsche kwartjes stof genoeg voor nog meer jeugdsentiment!)
Ria, eigenlijk valt een kwartje toch ook wel weer mee? Is ongeveer 10 eurocent en telefoneren was vroeger nu eenmaal véél duurder, moest je in die tijd maar eens naar Amerika of Australië bellen, was niet te betalen…
Joke: hier in NZ nemen veel te veel mensen de telefoon op en zeggen alleen maar “Hello” of “Kia Ora” in ‘t Maori, en dan moet je nog wel eens vragen of je de juiste naam hebt. Ik zeg zelf meestal “Hello, Henny Jane speaking”. Ik heb eigenlijk een hekel aan telefoneren, ben veel meer een email mens geworden.
Mijn oudste zusje werkte vroeger als au pair in Frankrijk en kon elke avond gratis/onbeperkt bellen vanuit een defecte telefooncel aldaar. Toen de rest van het dorp er ook achter was gekomen dat bellen vanuit die cel gratis was, stak de Franse PTT daar snel een stokje voor en toen was het afgelopen.
Ik hoop eigenlijk dat Londense telefooncellen, die karakteristieke rode, niet uit het straatbeeld zullen verdwijnen, zoals de bekende rode dubbeldekkers dat wel zullen doen. Waarom zijn al die dingen toch rood in Engeland? Brievenbussen, dubbeldekbussen en dus ook telefooncellen.
@ Frank…rood schijnt de geest te stimuleren, tja je moet toch wat met dat engelse weer
Als ik mij ogen sluit, kan ik nog precies de sfeer en het interieur van de telefooncel voor me zien. Ik herinner me als kind op die telefoonboeken opgetild door mama daar neergezet. Het is zomer en daar bovenop die boeken is het gloeiend heet! en als je niet daarop mocht zitten, dan wiebelde je met al die boeken als kind. Met de arm omhoog omdat je er anders niet bij kon. Het venstertje waarin je je muntje ziet, die ijzeren ringsnoer (hoor je t geluid?), de stinkende bakelieten hoorn, de ingekraste teksten in die ijzerengrijze bekisting. De tegeltjes op de vloer en de troep (snoeppapiertjes) in zo’n hoekje….De loeizware deur….heeerrlijk, dit is echt zoiets wat je weer ruikt als je er aan denkt.
We hebben wel eens onder kwajongensstreeknoemer de kap vd TL bak eraf gehaald en een touwtje gespannen van TLbuis naar deurstang (ik als smal menneke door een kier naar buiten)en dan wachten totdat er iemand gebruik vd cel ging maken en de deur opentrok en zo de TLbuis uit t plafond trok. die buis klapte met een witte stofwolk kapot half over de persoon…
Tja….nie denken maar doen was t hè!
de groene driehoeken cel vond ik wel slim om zo 1 wand uit te sparen trouwens!
en ik herinner me ook nog t halfafgebladderde stickertje van 0011, t alarmnummer (was toen nieuw!)stond ook op de politiewagens (opel ascona’s) op t portier.
Ik stond een keer in een cel waarvan het toestel weigerde. Toen ik op de teruggaafknop drukte spuugde die een enorme hoeveelheid munten uit. Het was op het station in Eindhoven, en ik kon er bijna mijn enkeltje naar Utrecht mee bekostigen.
Het valt buiten de focus van JS, maar ik vind het te leuk om niet even te vermelden. Laatst zocht ik iets over mijn opa, die rond 1910 in Rotterdam is gaan wonen en werken. Toen stuitte ik op de ‘Naamlijst voor den telefoondienst.’ Dat is een lijst met alle telefoonaansluitingen in het hele land in 1915. Een telefooncel heette toen een ‘openbare spreekcel’, en was alleen gevestigd in het postkantoor.
In de gemeente waar ik nu woon waren toen 6 particuliere telefoonaansluitingen, met de telefoonnummers 1 tm 6.
Zie: http://de-wit.net/bronnen/tel1915/index.htm
Hier staat een mooie oude telefooncel:
http://akhnaton.punt.nl/upload/telefooncel.jpg
Leuk geprobeerd Jeugd maar bij mij komt er geen mooie oude telefooncel in beeld alleen een wit scherm!!!Jammer!!!
Oei: de tekst moet zijn:
Hier stond een mooie oude telefooncel…
@Jeugd: was het die ouderwetse blauw/grijze telefooncel in de sneeuw?
Vandaar waarschijnlijk het witte beeld
Ik wilde al reageren met dat ie waarschijnlijk was ingesneeuwd!
Maar dit was een andere foto…
Tussen haakjes: Het heeft gedooid, want bij mij is ie weer te zien!
Ook wel boeiend vind ik het gebruik van telefooncellen in oude misdaadfilms. Je ziet iemand schichtig om zich heen kijken in die cel en zenuwachtig snel een nummer proberen te bellen en dan ineens wordt er-meestal met een mitrailleur- op die cel geschoten. Als ik in een film later iemand een telefooncel zag binnen gaan zat ik al te wachten op een opdoemende gangsterauto. We speelden het als kind ook vaak na. Spannend. Een aanslag op iemand die mobiel belt is alleen interessant als het hele ding ontploft denk ik.
ik kan ze nog goed herinneren we gingen er weleens in klooien extra lang er in blijven staan net doen of je aan het bellen was als iemand buiten stond te wachten
De ouderwetse telefooncel met die telefoonboeken in metalen klapstangen herinner ik me nog heel goed. Lekker ongestoord bellen met je vriendinnetje. Sprak je meteen af in diezelfde telefooncel, want haar ouders mochten het niet weten. Ik heb in zo’n telefooncel trouwens ook voor het eerst leren zoenen van een ouder meisje. En daarna nog vaak op herhalingscursus geweest, ha,ha
Die telefoonboeken in die metalen klapstangen werden eigenlijk alleen maar gebruikt om op te zitten. Als je al eens een keer een telefoonnummer zocht had net iemand anders de bladzijde waar deze op stond er uit gescheurd of was de gehele collectie boeken weer eens verbrand door een of andere verveelde gast uit de buurt.
Waar ik trouwens niet bij stil stond is dat toen waarschijnlijk alle bewoners van de flat gelegen tegenover die bewuste telefooncel hebben meegenoten.
Oh ja, en als die telefoonboeken er toevallig nog wel in zaten dan pikten we er vaak willekeurig een paar nummers uit die dan vervolgens getracteerd werden op een anoniem rottelefoontje van ons
Dat deden we namelijk ook graag in die tijd: mensen per telefoon in de maling nemen. Nummermelders bestonden toen gelukkig nog niet